IVA Opleidingen heeft een

klanttevredenheid van 96% volgens Cedeo

De Cedeo-Erkenning staat voor inzicht in de kwaliteit
van ons aanbod aan opleidingen.

Wil je graag persoonlijk advies?

Nieuws

Blijf op de hoogte

Nieuwsbrief sociale wetgeving zomer 2018

Inhoud

  • Recht op doorbetaalde vakantie zieke werknemer na afloop van de verplichte
    loondoorbetalingsperiode

  • Lang gewacht toch gekomen: compensatie transitievergoeding 

  • Wijzigingen in sectorindeling niet meer met terugwerkende kracht mogelijk 

  • Achteraf terecht ontslag op staande voet: hoe zit het met loonbetaling? 

  • UWV instroomcijfers grote werkgevers gepubliceerd 

  • Vertrouwenspersonen

  • Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten 

  • Uitkeringsbedragen per 1 juli 2018

  • Leeftstijlcoach toch in basispakket

  • Hoofdlijnenbrief vervanging Wet DBA komt pas dit najaar. Streefdatum blijft 2020.

  • Wetsvoorstel invoering extra geboorteverlof (WIEG) bij Tweede Kamer ingediend

  • Landelijk overzicht moeilijk vervulbare vacatures 

  • De linkse oppositiepartijen (SP, Groen Links, PvdA) hebben in november 2017 al een initiatief wetsvoorstel inzake payrolling (wetsvoorstel.34837) ingediend. 

Recht op doorbetaalde vakantie zieke werknemer na afloop van de verplichte
loondoorbetalingsperiode

Het gebeurt nogal eens dat de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte is geëindigd in verband met het verstrijken van de 104 weken termijn en dat de werknemer dan nog een tegoed aan vakantiedagen heeft staan. Als het dienstverband ten einde komt is er geen probleem omdat dan de vakantiedagen kunnen worden meegenomen in de eindafrekening.

Maar wat nu als de werknemer nog in dienst is? In een interessante uitspraak van de
kantonrechter Zaanstad oordeelt deze dat het eindigen van de loonbetalingsverplichting
tijdens ziekte niet kan afdoen aan het recht voor arbeidsongeschikte werknemers om
vakantiedagen tijdens ziekte te kunnen opnemen, met name in verband met een vrijstelling
van re-integratieverplichtingen. Immers, de re-integratieverplichtingen van werkgever en
werknemer op grond van de artikelen 7:658a en 660a BW blijven grotendeels bestaan, ook
na afloop van de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte als bedoeld in artikel 7:629 BW.
Aangenomen moet dus worden dat de wetgever ook voor die situatie met artikel 7:639 lid 1
BW heeft beoogd om een werknemer een aanspraak te geven op vakantie met behoud van
loon. Verder brengt de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie mee dat de werknemer
bij het opnemen van zijn vakantie tijdens arbeidsongeschiktheid moet worden geplaatst in
een situatie die qua beloning vergelijkbaar is met gewerkte periodes.
Vindplaats: ktr. Zaanstad 18 januari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:2766
 

Lang gewacht toch gekomen: compensatie transitievergoeding 

Werkgevers worden gecompenseerd als zij een transitievergoeding moeten betalen bij ontslag na een langdurige ziekte. Deze compensatie gaat in per 2020. 

De motor is even aangezet bij de behandeling van het wetsvoorstel. De Tweede Kamer heeft op 5 juli en de Eerste Kamer heeft op 10 juli ingestemd met een wetsvoorstel dat de compensatie voor de werkgever regelt. Het kabinet hoopt dat als gevolg van deze tegemoetkoming werkgevers eerder geneigd zijn werknemers in dienst te nemen. Werknemers hebben na twee jaar dienstverband recht op een transitievergoeding bij onvrijwillig ontslag. 
De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het aantal jaren dat een werknemer in dienst is en van de hoogte van zijn salaris. In sommige gevallen is ook van belang of de werknemer de leeftijd van 50 jaar al heeft bereikt. De transitievergoeding bedraagt maximaal € 79.000 (bedrag 2018) of één jaarsalaris als dit hoger ligt. De compensatie wordt betaald uit het Algemeen werkloosheidsfonds AWf, waaruit de werkloosheidslasten na zes maanden werkloosheid worden bekostigd. Om een en ander te kunnen bekostigen wordt de uniforme AWf-premie verhoogd. Deze verhoging komt ten laste van werkgevers. Daarnaast is in het wetsvoorstel geregeld dat cao-partijen meer ruimte krijgen om af te wijken van de transitievergoeding die betaald moet worden bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. Wel moet de cao voorzien in een redelijke financiële vergoeding of in voorzieningen die de kans op nieuw werk vergroten. Een sociaal plan kan uiteraard ook als cao worden aangemeld wat betekent dat in een sociaal plan afwijkende afspraken kunnen worden gemaakt. Het is dus wel van belang om slapende dienstverbanden zo snel mogelijk te beëindigen om niet onnodig kosten te maken die niet vergoed gaan worden. Vindplaats: kamerbrief 4 juli 2018 Memorie van toelichting compensatieregeling

Wijzigingen in sectorindeling niet meer met terugwerkende kracht mogelijk 

In een brief van 29 juni 2018 aan de Tweede Kamer heeft minister Koolmees van SZW aangegeven dat de minsterraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans. 

In de brief getiteld “Aanpak knelpunten sectorindeling in verband met de Wet arbeidsmarkt in balans” laat minister Koolmees weten dat vanaf 29 juni 2018, 17.00 de volgende zaken niet langer mogelijk zijn: 

1. Wijzigingen in de indeling op verzoek van de werkgever zijn niet meer mogelijk met terugwerkende kracht. Alleen wijzigingen per toekomende datum zijn nog toegestaan. 
2. Gesplitste aansluitingen niet meer mogelijk voor nieuwe gevallen. Op zijn verzoek kon een werkgever voor verschillende soorten werkzaamheden in verschillende sectoren worden ingedeeld. Dit is nu niet langer mogelijk. 
3. Concernaansluitingen en aansluitingen van nevenbedrijven en neveninstellingen zijn niet meer mogelijk voor nieuwe gevallen. 

Vindplaats: wijziging sectorindeling

Achteraf terecht ontslag op staande voet: hoe zit het met loonbetaling? 

Wat nu als de kantonrechter een ontslag op staande voet heeft vernietigd maar het gerechtshof in hoger beroep deze vernietiging ongedaan heeft gemaakt? Al die tijd is er door de werknemer geen werk verricht. Herstel van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht behoort niet tot de mogelijkheden. Heeft de werknemer dan recht op loon over de periode vanaf het gegeven ontslag op staande voet tot de ontbinding? De Hoge Raad heeft deze vraag ontkennend beantwoord. 

De Hoge Raad oordeelt dat anders dan bij een schorsing of een op non-actiefstelling, de wet als uitgangspunt aan een geldig ontslag op staande voet het gevolg verbindt dat de arbeidsovereenkomst onmiddellijk eindigt, waarmee ook het recht op loon vervalt. De Hoge Raad onderscheidt twee periodes. In de eerste periode is het ontslag op staande voet verleend (naar in hoger beroep is geoordeeld: rechtsgeldig) en is er nog geen rechterlijk oordeel waaruit volgt dat de werkgever de werknemer weer tot het werk moet toelaten. Het uitgangspunt is dan dat de oorzaak van het niet verrichten van werk in redelijkheid niet voor rekening van de werkgever dient te komen. Voor de tweede periode die loopt nadat de rechter in eerste aanleg heeft geoordeeld dat het ontslag niet rechtsgeldig was, geldt ten opzichte van periode één de bijzonderheid dat de werkgever op grond van het oordeel van de rechter in eerste aanleg verplicht was de werknemer tot het werk toe te laten. Op zichzelf verandert dit feit niets aan de uiteindelijke uitkomst van de procedure, die inhoudt dat de werkgever goede grond had om de werknemer met onmiddellijke ingang de toegang tot het werk te ontzeggen. Het voor risico van de werkgever laten komen van de uitspraak van de rechter in eerste aanleg, zou ten voordele strekken van de uiteindelijk in het ongelijk gestelde werknemer. Kortom in beide situaties is de werkgever niet gehouden het loon door te betalen. Echter de Hoge Raad brengt hier wel een nuancering op aan door te oordelen dat de maatstaf van artikel 7:628 lid 1 BW in voorkomend geval ruimte biedt voor het oordeel dat de rechterlijke uitspraak in eerste aanleg in de gegeven omstandigheden – waartoe onder meer kunnen behoren de ontslaggrond en de reden waarom de werkgever in eerste aanleg in het ongelijk is gesteld – geheel of gedeeltelijk (wel) voor risico van de werkgever komt. Uiteraard kan de werkgever naast een beroep op de artikelen 7:627 BW en artikel 7:628 BW ook een beroep doen op zijn matigingsbevoegdheid ex artikel 7:680a BW, dan wel de werknemer diens aanspraak op loonbetaling met toepassing van art. 6:248 lid 2 BW geheel of gedeeltelijk ontzeggen. N.B. Dit is dus een afwijkend oordeel van de advocaat-generaal De Bock die tot een andere conclusie was gekomen zoals in nieuwsbrief nr. 6 is besproken. Vindplaats: HR 13 juli 2018 

UWV instroomcijfers grote werkgevers gepubliceerd 

Het UWV heeft per werkgever het instroomcijfer van werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden gepubliceerd. Het gaat hierbij om cijfers van werkgevers met minimaal 250 werknemers. 

Bij de instroom gaat het om werknemers die in 2015 ziek werden en in 2017 een WGA-uitkering kregen. Werkgevers kunnen de WGA-instroom in hun bedrijf vergelijken met de WGA-instroomcijfers per sector en met het landelijk gemiddelde. Het WGA-instroomcijfer 2017 per sector gemeten over 69 sectoren varieert van 0,11 voor de horeca algemeen tot 0,78 voor het steenhouwersbedrijf. De cijfers zijn afgerond op 2 cijfers achter de komma. Het WGA-instroomcijfer per sector is gebaseerd op het gemiddelde van alle werkgevers in de sector. Het landelijke gemiddelde instroomcijfer ligt in 2017 op 0,24. Het landelijk gemiddelde is het gemiddelde van alle werkgevers, niet alleen van de grote werkgevers. In totaal 41.800 zijn er in 2017 arbeidsongeschikten ingestroomd in de WIA, waarvan 31.300 personen een WGA-uitkering hebben gekregen, waarvan er 17.400 rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan werkgevers. Dit betekent dat bij de berekening van de WGAinstroomcijfers 13.900 WGA-toekenningen in 2017 niet toegerekend zijn aan werkgevers. Dat zijn de toekenningen aan personen die niet tot het vast of flexibel personeel worden gerekend, of die op een andere wijze onder de Ziektewet vallen. Concreet gaat het dan om de WGA-uitkeringen van: − zieke werklozen; − werkneemsters die ziek zijn wegens zwangerschap of bevalling; − werknemers die ziek zijn als gevolg van orgaandonatie; − werknemers die onder de no-riskpolis vallen. Verder zijn er naast de 31.300 WGA-uitkeringen in 2017 nog 10.500 nieuwe IVA-uitkeringen toegekend aan personen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Vindplaats: https://www.uwv.nl

Vertrouwenspersonen

Werkgevers zijn op grond van de Arbowet verplicht een beleid te voeren in het kader van psychosociale arbeidsbelasting (psa). Het gaat dan concreet om zaken als (seksuele) intimidatie, agressie en geweld, discriminatie en pesten op het werk. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon bij wie een klager terecht kan voor een luisterend oor als hij geconfronteerd wordt met ongewenst gedrag, is onderdeel van dat beleid. 

De Inspectie SZW ziet hierop toe en handhaaft op het aanstellen van een vertrouwenspersoon. De Inspectie SZW let daarbij op vakbekwaamheid, onafhankelijkheid en benaderbaarheid. Staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft in een brief van 14 juni gereageerd op het rapport 'Vertrouwenspersonen in organisaties, onderzoek naar de rol en positie van vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen'. Van Ark geeft aan dat een professionele vertrouwenspersoon waardevol is en door de organisatie gedragen moet worden. Ze wil echter (vooralsnog) nog niet zo ver gaan dat een vertrouwenspersoon wettelijk verplicht wordt gesteld. Zij ziet meer heil in voorlichting over het nut van de vertrouwenspersoon en het belang van professionalisering van de functie. Tevens roept ze arboprofessionals en werknemersvertegenwoordigers op aan te dringen op het aanstellen van een vertrouwenspersoon of het verbeteren van de vertrouwensfunctie. Van Ark wil bevorderen dat in méér organisaties werknemers toegang hebben tot een vertrouwenspersoon en dat deze goed zijn voorbereid op hun rol en taak. In overleg met de sociale partners, de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen (LVV) en relevante andere partijen, zal ze een aantal maatregelen nemen, gericht op voorlichting en het bevorderen van een professionaliseringsslag onder vertrouwenspersonen. Vindplaats: Rijksoverheid.nlCheck of alles in je organisatie goed is geregeld. 

Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten 

Voor wie het nog niet wist, de Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten is met ingang van 1 mei jl. aangepast. 

Niet alleen zijn uitkeringsgerechtigden (WW, IOW, ZW en wet WIA) die werkloos/arbeidsongeschikt worden één jaar vóór hun AOW vrijgesteld van de sollicitatieverplichting maar dit geldt nu vanaf laatstgenoemde datum ook voor genoemde groep uitkeringsgerechtigden die al een uitkering ontvingen. Vindplaats: regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten 

Uitkeringsbedragen per 1 juli 2018

Per 1 juli 2018 worden de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), Algemene Ouderdomswet (AOW), Algemene Nabestaandenwet (Anw), Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong), Werkloosheidswet (WW), Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), Ziektewet (ZW) en Toeslagenwet (TW) aangepast. Dit komt doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon.

Het minimumloon stijgt van € 1.578,00 naar € 1.594,20 bruto per maand. Tevens worden de
minimumjeugdlonen per 1 juli 2018 herzien. Ook wordt de Kinderbijslag (AKW) per 1 juli
2018 aangepast aan de prijsontwikkeling.
Vindplaats: bron Rijksoverheid

Leefstijlcoach in basispakket

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de regels voor de vergoeding voor de
Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) vastgesteld en gepubliceerd. Dit betekent dat
ongeveer vijf miljoen mensen in Nederland straks twee jaar lang een leefstijlcoach kunnen krijgen, vergoed vanuit de basisverzekering.

Waar gaat het precies om? Het gaat om advies en begeleiding over voeding, beweging en
gedrag met als doel een gezondere leefstijl voor de patiënt. Op deze manier wordt meer
aandacht aan preventie besteed. Het onderwerp preventie staat tegenwoordig steeds meer
in de belangstelling. Ook in de aangepaste Arbowet die vanaf 1 juli 2017 van kracht is
geworden, is meer aandacht voor preventie ter voorkoming van uitval.
De huisarts kan mensen voor GLI doorverwijzen. Verschillende beroepsgroepen zoals
leefstijlcoaches, fysiotherapeuten en diëtisten kunnen de zorg leveren. Een GLI duurt 24 maanden en de bekostiging sluit hier op aan. Een GLI wordt alleen vergoed als de gekozen vorm bewezen effectief is. De vergoeding voor de GLI is een stap in de richting van het Nationaal Preventieakkoord dat het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport wil sluiten met patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en -bonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Vindplaats: NZA

Hoofdlijnenbrief vervanging Wet DBA komt pas dit najaar. Streefdatum blijft 2020.

Minister Koolmees van SZW heeft aangekondigd pas in het najaar te komen met een hoofdlijnenbrief over hoe hij de Wet DBA wil gaan vervangen. Hij wil meer tijd om aantal
lastige onderdelen van de plannen uit te werken. Het streven is er op gericht de nieuwe
wetgeving per 1 januari 2020 te laten ingaan.

“Het maken van nieuwe wet- en regelgeving rond het zelfstandig ondernemerschap (zzp) is
geen simpele opgave”, zo schrijft de minister in een persverklaring. “Desondanks is het
onverminderd nodig dat er deze kabinetsperiode nieuwe wetgeving komt. Aan de ene kant
om de groep mensen die een welbewuste keuze maakt voor het zelfstandig
ondernemerschap de ruimte te geven om te ondernemen. Maar ook om de groep mensen te
beschermen die, soms ongewild, in een kwetsbare positie belanden.”
Daarnaast wil het kabinet oneerlijke concurrentie tegengaan tussen de bedrijven die zich aan
de regels houden en de bedrijven die zzp-constructies gebruiken om hun loonkosten te
drukken en hun risico’s af te wentelen.
De Belastingdienst gaat vanaf 1 juli 2018 niet alleen handhaven bij de ernstigste
kwaadwillenden, maar bij álle kwaadwillenden. De Belastingdienst gaat nog dit jaar bij
minstens honderd opdrachtgevers in verschillende risicosectoren controleren of daar sprake
is van schijnzelfstandigheid.
Het kabinet zal uiterlijk per 1 januari 2019 het gezagscriterium verduidelijken. Ook gaat het
kabinet verder met de verdere uitwerking van de in het Regeerakkoord aangekondigde
webmodule. In september vindt weer een overleg met veldpartijen plaats.
Vindplaats: Kamerbrief van 22 juni 2018 getiteld: Uitwerking maatregelen ‘werken als
zelfstandige’

Wetsvoorstel invoering extra geboorteverlof (WIEG) bij Tweede Kamer ingediend

Op 14 juni 2018 is het wetsvoorstel invoering extra geboorteverlof (WIEG) bij de Tweede
Kamer ingediend. Begin 2018 was er een internetconsultatie over dit wetsvoorstel.
het doorbetaalde geboorteverlof (de nieuwe term voor kraamverlof) per 1 januari 2019 uit te breiden van twee dagen naar vijf maal de overeengekomen arbeidsduur per week.

Deze dagen dienen door de werk-gever betaald te worden. Daarbovenop krijgen partners
aanvullend geboorteverlof van vijf weken per 1 juli 2020. Dit verlof dient te worden
opgenomen in het eerste half jaar na geboorte. Tijdens dit aanvullende geboorteverlof dat
pas kan worden opgenomen na het door de werkgever betaalde geboorteverlof ontvangt de
partner een uitkering van het UWV, ter hoogte van 70% van het (maximum)dagloon. De
uitkering voor het extra geboorteverlof kan een werknemer aanvragen via de werkgever. Met
deze manier van aanvragen wordt aangesloten bij de systematiek die geldt voor de aanvraag
van uitkeringen voor zwangerschaps- en bevallingsverlof en voor de aanvraag voor
uitkeringen voor adoptie- en pleegzorgverlof. De werkgever kan besluiten de uitkering van
het UWV van 70% van het (maximum)dagloon aan te vullen. De werknemer mag zelf
bepalen wanneer hij het gewone geboorteverlof van eenmaal de wekelijkse arbeidsduur met
loondoorbetaling opneemt. Voor het aanvullende geboorteverlof geldt dat de werkgever
wegens zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang het verlof na overleg met de werknemer
anders kan inroosteren.
Met de inwerkingtreding van de WIEG zal het onvoorwaardelijk recht op drie dagen
ouderschapsverlof dat was ingevoerd met de Wet modernisering regelingen voor verlof en
arbeidstijden komen te vervallen. De lasten van de uitkering via het UWV wordt gedragen
door alle werkgevers, daar deze gefinancierd wordt via de premie voor het
Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).
Vindplaats: Tweedekamer.nl 
 

Landelijk overzicht moeilijk vervulbare vacatures

Het UWV brengt elk jaar in beeld voor welke beroepen werkgevers te maken hebben met moeilijk vervulbare vacatures. In deze lijst die op 26 juni 2018 is gepubliceerd, staan beroepen waar in grote delen van het land een tekort aan is. De lijst maakt het mogelijk om voorlichting te geven over beroepen met kansen op werk en biedt aanknopingspunten voor scholing van bijvoorbeeld werkzoekenden.

Werkgevers zoeken naar manieren om vacatures toch vervuld te krijgen. Door intensiever te werven of de functie-eisen en arbeidsvoorwaarden aan te passen, is de oplossing soms snel gevonden. Het UWV heeft 24 oplossingen in kaart gebracht die werkgevers hanteren om toch het werk gedaan te krijgen. Denk hierbij aan de inzet van statushouders, arbeidsbeperkten, mensen uit het buitenland, aanbieden van scholing, enz. 
Als deze oplossingen niet afdoende zijn, zijn er globaal drie strategieën die werkgevers toepassen: ze kunnen een beroep doen op nieuw talent van binnen of buiten de organisatie, werkprocessen anders organiseren of trachten huidig personeel langer vast te houden door ze te binden en te boeien. Bron: www.uwv.nl en uwv.nl

Wetsvoorstel payrolling gewijzigd

De linkse oppositiepartijen (SP, Groen Links, PvdA) hebben in november 2017 al een
initiatief wetsvoorstel inzake payrolling (wetsvoorstel.34837) ingediend.

Ze wilden niet wachten tot het huidige kabinet met voorstellen zou komen. Inmiddels heeft het hoogste adviesorgaan van de regering, de Raad van State, hierover een zeer kritisch advies
uitgebracht. De Raad van State noemt de wet zeer complex, belastend en kostenverhogend.
Inmiddels heeft er op 6 april jl. op basis van deze kritiek een aanpassing plaatsgevonden van
het wetsvoorstel.
Vindplaats: Eerste Kamer / Eerste Kamer / Eerste Kamer

Geplaatst op Donderdag 2 augustus 2018



© 2019 - IVA Opleidingen B.V. CodeOn Webdevelopment