IVA Opleidingen heeft een

klanttevredenheid van 96% volgens Cedeo

De Cedeo-Erkenning staat voor inzicht in de kwaliteit
van ons aanbod aan opleidingen.

Wil je graag persoonlijk advies?

Nieuws

Blijf op de hoogte

Nieuwsbrief sociale wetgeving februari 2018

Nieuwsbrief sociale wetgeving februari 2018, met als onderwerpen: 

  1. Te verwachten brieven en wetten in 2018     
  2. Loonaanvulling voor arbeidsbeperkten met loondispensatie 
  3. Vergoeding werkgeverslasten loonkostensubsidie 
  4. UWV en verzekeraars maken afspraken over re-integratietrajecten bij failliete eigenrisicodragers WGA 
  5. Werkgever draait op voor nieuwe uitlooptermijn ZW                              
  6. Rekenregels 1 januari 2018  
  7. Lage sectorpremie bij jaarurennorm  
  8. Subsidieregeling loopbaanadviseur Ontwikkeladvies                                                   

ad 1. Te verwachten brieven en wetten in 2018

Ben je net als ik nieuwsgierig naar wat er dit jaar allemaal verwacht kan worden aan interessante informatie van het ministerie van SZW?

Het ministerie van SZW heeft een overzicht gemaakt van te verwachten brieven en wetten die elk kwartaal gepubliceerd zullen worden. Hierbij de link naar het betreffende overzicht:

ad 2. Loonaanvulling voor arbeidsbeperkten met loondispensatie

Zoals bekend is er een onderscheid tussen de loondispensatie en loonkostensubsidie.

Het UWV voert de loondispensatie uit waarbij de werkgever toestemming krijgt om Wajongers met een verminderde arbeidsprestatie minder dat het wettelijke minimumloon uit te betalen. Wajongers ontvangen dus feitelijk minder dan het wettelijk minimumloon. Dit kan eventueel aangevuld worden met een toeslag op grond van de Toeslagenwet.

Gemeenten kunnen het instrument loonkostensubsidie inzetten voor personen die niet in staat zijn het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. De loonkostensubsidie die werkgevers ontvangen, bedraagt het verschil tussen het (bruto) wettelijk minimumloon en de vastgestelde loonwaarde (bruto). De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het minimumloon, vermeerderd met een vergoeding voor de werkgeverslasten (voor 2018: 23,5%). In deze situatie ontvangt de uitkeringsgerechtigde het minimumloon en bouwt hij daarover ook pensioen en dergelijke op.

In het regeerakkoord van 10 oktober 2017 is opgenomen dat het kabinet de loonkostensubsidie in de Participatiewet wil vervangen door loondispensatie. Het kabinet wil komen tot een regeling waarbij het inkomen van mensen met een arbeidsbeperking wordt aangevuld tot het minimumloon. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer van 14 december 2017 waarin hij de contouren schetst van de loondispensatie in de Participatiewet aangegeven dat hij samen met gemeenten, werkgevers, cliëntenraden, vakbonden en andere betrokkenen een loonaanvullingsregeling gaat ontwerpen die hiervoor zorgt.

Het kabinet realiseert zich dat er de nodige haken en ogen aan het voornemen verbonden zijn. Daarom dient de nieuwe regeling te voldoen aan de volgende randvoorwaarden:

Het inkomen van mensen die gaan werken met een loonaanvulling moet hoger zijn dan wat zij aan uitkering zouden krijgen zonder werk.
Ook moeten mensen die méér uren gaan werken er ook vooruitgaan. Mensen met een arbeidsbeperking worden aangevuld op een niveau van het minimumloon per gewerkt uur.
De regeling moet voor werkgevers uitvoeringstechnisch eenvoudig zijn en aansluiten bij regelingen waar zij al mee te maken hebben.

Eenduidigheid voor werkgevers in de regelingen vergroot de kans dat zij mensen met een arbeidsbeperking aannemen en zorgt dus voor meer werk.

Gemeenten kunnen met de vrijgevallen middelen meer mensen aan het werk helpen. De nieuwe regeling met loondispensatie zal gaan gelden voor nieuwe arbeidscontracten. Voor bestaande arbeidsrelaties verandert er niets. Vindplaats

ad. 3 Vergoeding werkgeverslasten loonkostensubsidie

Gemeenten kunnen het instrument loonkostensubsidie inzetten voor personen die niet in staat zijn het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen of voor werknemers die op een beschutte werkplek werken.

Het gaat hierbij om personen voor wie de gemeente verantwoordelijk is hen te ondersteunen bij het vinden van werk. Denk hierbij aan mensen die bijstand ontvangen, mensen die een IOAW- of IOAZ-uitkering ontvangen, mensen die met behulp van een andere voorziening van de gemeente al aan het werk zijn, maar ook aan de niet-uitkeringsgerechtigden (‘nuggers’). Het gaat dus om mensen die per gewerkt uur niet volledig productief zijn. De loonkostensubsidie wordt verstrekt aan de werkgever en kan, waar nodig, structureel worden ingezet.

Loonkostensubsidie kan ook worden ingezet voor werknemers die op een beschutte werkplek werken. Als een organisatie een werknemer in dienst neemt die loonkostensubsidie met zich meebrengt, ontvangt deze boven op die subsidie een vergoeding voor de werkgeverslasten. Werkgevers krijgen de compensatie voor de premies werknemersverzekeringen, het werkgeversgedeelte van de pensioenpremie, de loondoorbetaling tijdens vakantiedagen en andere werkgeverslasten. De afgelopen jaren was deze vergoeding steeds 23% van het bedrag aan loonkostensubsidie, maar per 1 januari 2018 wordt dat 23,5%. Het gaat hier dus om een vast percentage dat niet afhankelijk is van de feitelijke werkgeverslasten.

ad 4. UWV en verzekeraars maken afspraken over re-integratietrajecten bij failliete eigenrisicodragers WGA

Minister Koolmees (SZW) heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over het convenant dat het UWV gaat sluiten met het Verbond van Verzekeraars over re-integratietrajecten bij failliete eigenrisicodragers WGA.

Bij faillissement of bedrijfsbeëindiging van een WGA- draagt de garantsteller (een bank of verzekeraar) de financiële lasten van de WGA-uitkering. De reintegratieverantwoordelijkheid voor WGA-gerechtigden ligt echter vanaf het moment van faillissement of bedrijfsbeëindiging bij het UWV. Door de afspraken tussen het UWV en de verzekeraars wordt de uitvoering van de re-integratie door verzekeraars voortgezet vanaf het moment van het faillissement van de WGA-eigenrisicodrager. De verzekeraar kan reeds ingezette re-integratietrajecten voortzetten. Bron: Ministerie van SZW 11 december 2017

ad 5. Werkgever draait op voor nieuwe uitlooptermijn ZW

De Centrale Raad van Beroep is van oordeel dat de tijdelijke voortzetting van het recht op een ZW-uitkering nadat nieuwe functies zijn geselecteerd, voor een ZW-eigenrisicodrager met zich brengt dat deze gehouden is om de ZW-uitkering langer door te betalen.

Het ging in casu om een werkneemster die het niet eens was met de beëindiging van haar ZW-uitkering per 15 februari 2015 op basis van vier functies na een eerstejaars ZWbeoordeling door het UWV. Na bezwaar van werkneemster heeft het UWV nieuwe functies geduid, de ZW-uitkering voortgezet en deze vervolgens bij beslissing op bezwaar van 11 mei 2015 weer beëindigd met een uitlooptermijn van een maand per 12 juni 2015. De betreffende ZW-eigenrisicodrager (een uitzendbureau) was het hier niet mee eens en stelde beroep en hoger beroep in waarbij ze aanvoerde dat voor een nieuwe uitlooptermijn geen grondslag bestaat. De Raad heeft geoordeeld dat de uitgangspunten van de in het kader van de WAO ontwikkelde aanzegjurisprudentie ook bij een situatie als deze gehanteerd moeten worden. Het UWV heeft terecht de beëindiging per 15 februari 2015 niet gehandhaafd en terecht met een uitloop van een maand na de datum van het bob, onder verwijzing naar artikel 19aa lid 2 ZW, de uitkering naar de toekomst beëindigd. Dat dit gevolgen heeft voor de werkgever als derde partij, die door deze wijziging in bezwaar na een foutief gebleken besluit van het UWV de ZW-uitkering moet doorbetalen, kan niet de zorgvuldigheid die ten opzichte van de werknemer in acht moet worden genomen, opzij zetten. Vindplaats: CRvB 6 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4202

ad 6. Rekenregels 1 januari 2018

Inmiddels zijn de rekenregels die gelden per 1 januari 2018 ook gepubliceerd. Hierin zijn de percentages voor de werknemersverzekeringen, de maximumdaglonen, etc. te vinden.

Het maximum(uitkerings)dagloon wordt per 1 januari 2018 vastgesteld op € 209,26 per dag en op jaarbasis op € 54.616,86. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende geheel 2018 vast op € 210,05 per dag, en € 54.614,00 op jaarbasis. Meer informatie

ad 7. Lage sectorpremie bij jaarurennorm

De eerste zes maanden van een WW-uitkering worden bekostigd vanuit de sectorpremie. De hoogte daarvan is afhankelijk van het aantal werknemers dat die betreffende sector uitstoot naar de WW. Het principe ‘de vervuiler betaalt geldt dus’.

Er zijn 5 bedrijfstakken waar afhankelijk van de aard van het aangeboden contract een hoge of een lage sectorpremie geldt, te weten: de sectoren agrarische bedrijven, schilderbedrijven, bouw, cultuur en horeca. De lage sectorpremie was in 2017 onder meer van toepassing op werknemers met een vast schriftelijk contract of met een schriftelijk contract voor meer dan een jaar. Zij mogen niet binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking recht krijgen op een WW-uitkering. De arbeidsduur moet bovendien eenduidig zijn vastgelegd. Dit laatste blijkt in de praktijk een lastige hobbel te zijn en voer voor discussie op te leveren, omdat er op basis van wisselende werkpatronen wordt gewerkt in die sectoren

Vanaf 2018 wordt hieraan tegemoet gekomen. De lage sectorpremie is vanaf 2018 namelijk in ieder geval ook van toepassing als sprake is van een vast afgesproken aantal uren op jaarbasis, ook als die arbeidsuren niet gelijkmatig gespreid over het jaar worden verricht. Wel geldt dat het recht op loon gelijkmatig gespreid is over het jaar, dat de werknemer niet binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking recht krijgt op een WW-uitkering en dat sprake is van een vast contract. Tijdelijke contracten kunnen dus niet gebruikmaken van deze regeling, ook niet als deze langer duren dan een jaar.

Vindplaats: Regeling Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) Besluit Wfsv met premiepercentages voor 2018

ad 8. Subsidieregeling loopbaanadviseur Ontwikkeladvies

Op 4 december jl. is er een nieuwe subsidieregeling in werking getreden, genaamd Ontwikkeladvies. Dit is een subsidieregeling die loopt tot 1 juli 2019 en bedoeld is voor werkenden van 45 jaar en ouder in specifieke beroepsgroepen. De subsidieregeling is ontwikkeld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Agentschap SZW.

Loopbaanadviseurs kunnen deze subsidie aanvragen. Het gaat om twee producten.
1. het Ontwikkeladvies voor werkenden van 45 jaar en ouder werkend binnen de door de Stichting van de Arbeid geselecteerde beroepsgroepen;
2. een training voor leidinggevende(n) ten aanzien van het Ontwikkeladvies Loopbaanadviseurs (in loondienst of zelfstandig) kunnen subsidie aanvragen voor Ontwikkeladvies aan werkende 45+ers.

Het gaat om een subsidiebedrag van € 600. Het vorige kabinet heeft samen met sociale partners verenigd in de Stichting van de Arbeid het actieplan ”Perspectief voor vijftigplussers” opgesteld met als doel het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van oudere werknemers. Het gaat dan concreet om het ondersteunen van deze doelgroep bij het vinden van een nieuwe baan, ze wendbaarder te maken op de arbeidsmarkt en werkgevers minder terughoudend te laten zijn bij het aannemen van deze mensen. De tijdelijke subsidieregeling Ontwikkeladvies vijfenveertigplussers is onderdeel van dit actieplan en vangt aan op 45-jarige leeftijd, zodat tijdig een start kan worden gemaakt met een stuk bewustwording.

Ad 1. Ontwikkeladvies De subsidie is bedoeld om ontwikkeltrajecten te financieren voor werkende vijfenveertigplussers in specifieke beroepsgroepen. Het doel van het Ontwikkeladvies is werkenden bewust na te laten denken over hun werktoekomst, zodat de regie op de persoonlijke loopbaan toeneemt en ze tijdig in actie kunnen komen om zich te ontwikkelen of een loopbaanswitch te maken.

Ad 2. Training Ontwikkeladvies leidinggevenden Er is ook de mogelijkheid om leidinggevenden een training Ontwikkeladvies te geven, zodat leidinggevenden adequaat leren omgaan met en inspelen op (de uitkomsten van) het Ontwikkeladvies. Onder een leidinggevende wordt verstaan een persoon die binnen een arbeidsorganisatie functionerings- of personeelsgesprekken voert met werknemers of ambtenaren behorend tot de hierna genoemde beroepsgroepen. Voor deze trainingen bestaan er twee varianten: een training aan een individuele leidinggevende waarvoor € 300 subsidie aangevraagd kan worden, of een groepstraining van minimaal drie en maximaal tien leidinggevenden die groepsgewijs de training volgen.

Beperkt aantal beroepsgroepen

Het actieplan heeft een beperkte looptijd. Om het Ontwikkeladvies zo gericht en effectief mogelijk in te zetten is ervoor gekozen de subsidieregeling te testen bij een beperkt aantal beroepsgroepen en te evalueren voor toekomstige beleidsdoeleinden. De volgende beroepsgroepen / sectoren zijn vooralsnog geselecteerd:

  • Administratief/secretarieel werkenden en (management)assistant
  • Werkenden in de catering
  • Verkoopmedewerkers en werkenden logistieke centra in de detailhandel
  • Ambulancepersoneel, inclusief meldkamerpersoneel t.b.v. ambulancedienst
  • Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s), toezichthouders en handhavers
  • Gemeenteambtenaren werkend in de domeinen Burger- en Publiekszaken
  • Werkenden in de schoonmaak

Meer informatie / meer informatie

Met dank aan Monique van de Graaf: Heeft u vragen over deze nieuwsbrief of kan zij u met juridisch advies van dienst zijn, neem dan gerust contact op via vandegraafjuridischadvies@gmail.com Meer informatie over arbeidsrecht en sociale zekerheid kunt u vinden in de boeken Arbeidsrecht 2017 voor de professional en Sociale zekerheid 2017 voor de professional

 

Geplaatst op Dinsdag 27 februari 2018



© 2019 - IVA Opleidingen B.V. CodeOn Webdevelopment