Twaalf vragen (en antwoorden) over de maatregel “praktisch beoordelen”

1. Wat is praktisch beoordelen?

Bij een praktische beoordeling berekent het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage op basis van hetgeen feitelijk nog wordt verdiend. Het verschil tussen het oude loon (het maatmanloon) en het loon dat iemand feitelijk nog verdient, bepaalt het arbeidsongeschiktheidspercentage.

2. Wat verandert er met deze maatregel?

Praktisch beoordelen vindt al jaren plaats. Dat is niets nieuws. Wat wél nieuw is, is dat naast de praktische beoordeling géén theoretische beoordeling meer hoeft plaats te vinden. Voor inwerkingtreding van deze maatregel gold dat naast een praktische beoordeling óók een theoretische beoordeling gedaan moest worden. De beoordeling die leidde tot het laagste arbeidsongeschiktheidspercentage werd gebruikt door het UWV. Dat verandert nu.

3. Hoe lang geldt deze maatregel?

Het gaat hier om een tijdelijke maatregel voor de duur van drie jaar die ingaat per 1 juli 2024.

4. Wie valt onder de doelgroep van deze maatregel?

De maatregel is van toepassing op:

· Mensen die inkomen uit arbeid hebben op het moment waarop de WIA-beoordeling ziet;

· Mensen bij wie het arbeidsongeschiktheidspercentage al eerder is vastgesteld aan de hand van een praktische beoordeling.

5. Geldt de maatregel voor alle arbeidsongeschiktheidsuitkeringen?

Nee, in de Nota van toelichting is expliciet benoemd dat de maatregel niet geldt voor de WAO, WAZ en Wajong. Ook bij de eerstejaars ZW-beoordeling wordt de maatregel niet toegepast.

6. Geldt de maatregel ook bij herbeoordelingen?

Ja, de maatregel is van toepassing op de claimbeoordeling na 104 weken ziekte, de herbeoordeling, de beoordeling van herleving van een beëindigd WIA-recht en de beoordeling van het later ontstaan van een WIA-recht.

7. Aan welke voorwaarden moet voldaan worden?

In diezelfde Nota van toelichting staat dat het UWV alleen praktisch mag beoordelen als:

· Het gaat om feitelijke werkzaamheden; en

· Het gaat om “algemeen geaccepteerde arbeid”; en

· Het gaat om passende werkzaamheden; en

· Het gaat om een representatief en voldoende bepaalbaar inkomen.

Let op! Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep moet bij “representatief” ook gekeken worden naar de “duurzaamheid van de arbeidsverrichting”. Duurzaam betekent in dit kader dat gekeken wordt of het werk in de praktijk leidt tot excessieve uitval of andersoortige gezondheidsproblemen.

8. Vindt er nog steeds een RIV-toets plaats?

Ja, de maatregel brengt geen verandering in de RIV-toets. Er kan dus nog altijd een loonsanctie opgelegd worden.

9. Kan deze maatregel ook samenlopen met de 60+ regeling?

Als sprake is van een 60-plusser die gedeeltelijk nog werkzaamheden verricht, biedt het WV eerst aan de 60+ maatregel toe te passen. Zijn werknemer en werkgever daarmee akkoord? Dan wordt het WIA-recht gebaseerd op de 60+ regeling. Stemt één van de partijen niet in? Dan volgt een reguliere beoordeling en wordt de maatregel “praktisch beoordelen” toegepast als aan alle voorwaarden wordt voldaan.

10. Is de maatregel te omzeilen door bezwaar in te dienen tegen de WIA-beslissing?

Nee, met het indienen van een bezwaarschrift kun je een theoretische beoordeling niet afdwingen. Wél kan het zo zijn dat in bezwaar wordt aangevoerd dat niet aan de voorwaarden voor een praktische beoordeling is voldaan. Als dat in bezwaar of (hoger) beroep wordt bevestigd, zal alsnog een theoretische beoordeling gedaan worden.

11. Kun je nog steeds een IVA-uitkering krijgen met deze maatregel?

Ja, dat kan. Maar als uit de praktische beoordeling blijkt dat sprake is van minimaal 80% arbeidsongeschiktheid, moet eerst alsnog een theoretische beoordeling gedaan worden. Alleen als de theoretische beoordeling ook leidt tot minimaal 80% arbeidsongeschiktheid én de verzekeringsarts stelt vast dat sprake is van duurzaamheid, kan een IVA-uitkering toegekend worden.

12. Wat betekent deze maatregel voor de verzuimprofessional?

Enerzijds is de verwachting dat mensen een beoordeling op grond van een praktische beoordeling beter snappen dan een beoordeling naar aanleiding van een theoretische schatting. Die staat vaak ver van mensen af. Er worden theoretische functies gebruikt die mensen niets zeggen en die zij vaak ook niet willen vervullen. Een praktische beoordeling is tastbaarder. Het arbeidsongeschiktheidspercentage is beter te herleiden naar de feitelijke verdienmogelijkheden en daardoor (waarschijnlijk) makkelijker te accepteren dan de theoretische beoordeling.

Anderzijds zijn er ook, meer dan voldoende, kanttekeningen te plaatsen. Denk bijvoorbeeld aan calculerend gedrag van werkgevers. Door een hogere loonwaarde op te geven, kan instroom in de WGA voorkomen worden.

We gaan de komende maanden zien hoe de maatregel in de praktijk werkt en of dit inderdaad een oplossing is bij het terugdringen van de achterstanden.

Wil je de officiële stukken over deze maatregel nalezen? Kijk dan hier:

· Voortgangsbrief minister van Gennip d.d. 28 april 2023

· Voortgangsbrief minister van Gennip d.d. 6 oktober 2023

· Voortgangsbrief minister van Gennip d.d. 21 mei 2024